Robots in Educatie

Knipsel

De opkomst van robots, kunstmatige intelligentie en andere technologische ontwikkelingen zorgen ervoor dat we anders moeten gaan nadenken over het onderwijs. Robots bestaan al decennia lang. Hoofdzakelijk industriële robots zoals in een autofabriek. Maar robots verschijnen steeds vaker in andere vormen en beperken zich niet meer tot enkel inzetbaarheid in de industrie. In de huidige maatschappij zien we robots al om ons heen en dat beeld gaat alleen maar sterker worden.

In de ontwikkeling van robots kennen we al verschillende ‘robotrevoluties’. De belangrijkste nieuwe revolutie is die van adaptieve robots. Robots die meerdere taken kunnen uitvoeren en rekening kunnen houden met hun omgeving. Steeds vaker in vriendelijkere vormen zoals de humanoïde robot. Een type robot met menselijke lichaamskenmerken of in combinatie met kunstmatige intelligentie waardoor een robot ‘zelf lerend’ wordt.

Omdat robots steeds verder worden ontwikkeld en daardoor voor meer doeleinden (effectief) ingezet kunnen worden, kunnen er bedreigingen ontstaan voor verschillende beroepen. Terwijl per saldo de bedreiging voor de werkgelegenheid verwaarloosbaar is, schetst de verwachting dat middelbaar opgeleide mensen wel nadelige invloeden zullen gaan ondervinden. Dit in tegenstelling tot laag en hoog opgeleiden mensen, waar meer (nieuwe) banen ontstaan.

Omdat de robotisering zowel nieuwe banen schept als banen doet verdwijnen, heeft het onderwijs hier een belangrijke taak. Het onderwijs leidt mensen op voor een beroep en heeft de taak mensen voor te bereiden om te kunnen participeren en overleven op de toekomstige arbeidsmarkt. Opleiden voor een beroep dat in het toekomst niet meer bestaat is zinloos. En niet opleiden voor beroepen van de toekomst is een gemiste kans en problematisch voor deze toekomst.

Ondanks er voor vele beroepen scenario’s bestaan in hoeverre de kans bestaat dat een beroep wel of niet wordt overgenomen door de robotisering, is het lastig om het onderwijs hier op aan te passen. Dit heeft er onder andere mee te maken dat deze  toekomstscenario’s zijn ontstaan uit ‘lineair denken’. Een manier waarop mensen denken waarbij een toekomstbeeld ontstaat op basis van al bekende informatie en huidige realiteit. Een typisch voorbeeld van lineair denken is het vervoer uit de film Back tot the Future. In plaats van auto’s op asfaltwegen, vliegen in die film de auto’s op grote hoogte in de lucht. Opvallend is dat er nog steeds verkeersborden en files bestaan omdat auto’s achter elkaar rijden. Bij het bedenken van de film is er lineair gedacht op basis van het bestaande vervoer. Gezien we ‘in de lucht’ vele malen meer ruimte hebben, zou met een andere denkwijzen geen fileproblemen meer bestaan. Het lineair denken en de scenario’s die daar ontstaat zijn echter niet geheel onbetrouwbaar. Door naar de geschiedenis (van ontwikkelingen) te kijken en verschillende parameters, is men in staat een aannemelijk scenario te schetsen.

Het onderwijs moet inspelen op de robotisering, maar krijgt zelf ook te maken met robots. Zo zullen robots de docent in de klas gaan ondersteunen. Niet vervangen. Leren blijft immers een sociaal proces. Terwijl een robot overal en snel informatie vandaan kan halen en dat kan gebruiken in zijn ‘docentrol’ ontbreekt het de robot aan empathie. Een steeds belangrijker wordende eigenschap. De robot zal voornamelijk ondersteunend zijn en uitkomst bieden een docent te ontlasten, differentiatie beter mogelijk te maken en invulling te geven aan gepersonaliseerd leren. Een voorbeeld van een ‘onderwijsrobot’  is de Nao-robot. Met deze humanoïde robot is interactie mogelijk door middel van zijn spraak-, object- en gezichtsherkenning. Door de robot te koppelen aan systemen met leerlinggegevens en dusdanig te programmeren dat hij kan inspelen op verschillende didactische handelingen of gedrag- en leerstoornissen, krijgt hij een waardevolle functie binnen het onderwijs.

Robots zoals de Nao-robot is in te zetten om in interactie mee te leren. Dit maakt de robot een ‘leermaatje’. Echter kunnen dergelijke robots ook als ‘leerobject’ worden gebruikt, waarbij leerlingen/studenten de robot zelf programmeren. In de toekomst, zo is de verwachting, gaan mensen steeds meer en vaker hun eigen apparaten programmeren. Dit zie je nu al terug in systemen waarbij je bijvoorbeeld met je mobiel op afstand het fornuis, de verwarming en verlichting kunt bedienen. Programmeren wordt dus een steeds belangrijke ‘skill’. Maar leren programmeren heeft meer voordelen. Door in het onderwijs leerlingen/studenten te leren programmeren zijn zij bezig met iets te creëren in plaats van consumeren en ontwikkelen ze vaardigheden als probleemoplossend denken, structureren, samenwerken, creatief en logisch denken, en ontwikkelen zij ruimtelijk inzicht.

Robots komen niet, maar zijn er al. Robot gaan we steeds meer en voor verschillende toepassingen zien. De ontwikkelingen in de robotica gaan snel. Het onderwijs zal moeten inspelen op deze ontwikkelingen en de implicaties hiervan moeten bekijken.

‘Op 23 maart 2016 gaf ik op het Nationale Mediawijsheidcongres een workshop over robots in educatie. De ondersteunende PowerPoint-slides zijn hier terug te vinden’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s